De Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) is een organisatie die de belangen van de Nederlandse pootaardappel, consumptie- en industrieaardappelhandelaren behartigt.
De NAO bestaat uit twee afdelingen: de afdeling pootaardappelen en de afdeling consumptie- en industrieaardappelen.
Ten einde zo snel mogelijk in te spelen op wensen van de leden heeft de NAO een uitgebreid netwerk opgebouwd.
Zo worden fytosanitaire aangelegenheden met de Plantenziektenkundige Dienst (PD) besproeken, bij grensproblemen wordt contact gezocht met de Landbouwraad in de betreffende regio en bij bewaar- en opslagvraagstukken wordt de huulp van het ATO ingeroepen.
Daarnaast is de NAO lid van of aangesloten bij diverse overkoepelde organisaties en de internationaal bij de Europese aardappelorganisaties Europatat teneinde een vuist te kunnen maken.
Door al deze kontakten is de NAO in staat voor haar leden op te treden. Ook het op peil houden van knowhow is een pijler waarop de NAO rust. Door deelname aan de cursus van het Aardappel Studie Centrum (ASC) kan men kennis nemen van alle facetten van de aardappelhandel: biologische onderwerpen over de aardappelplant, de werking van de aardappeltermijnmarkt, het proces van aardappelen tot frites en chips etc....
Informatie voorziening is voor elke zichzelf respecterende organisatie onmisbaar. Door een informatie bulletin speciaal voor exporteurs en door de NAO - aktua, voor de binnenlandse handel houdt de NAO haar leden zoveel mogelijk op de hoogte van milieu, marketing, nieuwe rassen, bedrijfsfusies en ontwikkelingen in het buitenland. Voor leden die interesse hebben in marktinformatie is een aparte maildienst , Potato Info Centre, operationeel.
Berichten die voor de markt van belang zijn: areaalcijfers, Rotterdamse beursprijzen, export- en verwerkingcijfers consumptie-, industrie- en pootaardappelen, prijzen van termijnmarkt en dergelijke worden onmiddelijk per fax naar geïnteresseerden gezonden. Voor geïnteresseerden in de aardappelbranche bestaat de mogelijkheid in het bezit te komen van alle (internationale) marktinformatie.
Tenslotte beschikt de NAO over de nodige expertise van de aardappel via een buitendienst bestaande uit twee beëdigde personen.
Om van ontwikkelingen op het terrein van aardappelteelt - en handel op de hoogte te blijven strekt een abonnement op Aardappelwereld tot aanbeveling.
Buitenlandse importeurs, zo blijkt uit het verleden en heden, weten de NAO te vinden. Het spreekt voor zicht dat internationaal gericht als Nederland is kontakten in het buitenland van levensbelang zijn voor de aardappelsector. Immers ongeveer een moljoen ton consumotie- en industrieaardappelen, 600 à 800.000 ton pootaardappelen en twee miljoen ton aardappelprodukten (basis verse aardappelen) gaan naar een buitenlandse klant.
Door buitenlandse importeurs te woord te staan en eventueel te helpen verricht de NAO dus indirect weer diensten voor Nederlandse exporteurs. Dat spreekt voor zicht bij het doorsturen, evntueel per fax, van handelsaanvragen maar ook vragen van een andere orde, bijvoorbeeld marktinformatie worden beantwoord.
Nederland is in staat enorme hoeveelheden aardappelen te exporteren en te verwerken doordat het basisprodukt de aardappel, mondiaal bekend staat vanwege haar uitstekende kwaliteit. Die reputatie dankt Nederland onder andere aan uitmuntende teeltgrongen, knowhow bij de telers, moderne machines en degelijke. Echter stilstand is achteruitgang dus de sector is continue bezig met verdere verbeteringen.
Hoe kunnen we met nog minder middelen dezelfde of misschien zelfs nog betere kwaliteit telen?
Wat gebeurt er bijdens het kleinverpakkingsproces met de aardappel?
Waar kan hij een beschadiging oplopen?
Alle Nederlandse kleinverpakkers hebben zelfs een hygiëne-code getekend teneinde de kwaliteitszorg op een hoger plan te brengen.
De steeds verder doorgaande segmentatie biedt de Nederlandse aardappelsector kansen. De ene markt wenst vastkokende aardappelen, de andere schakelt over op biologische geteelde aardappelen, etc... De Nederlandse aardappelsecotr wil nog sneller inspelen op de zich wijzigde behoefte's van de diverse deelmarkten. De sector investeert ook geld in diverse "Wageningse" onderzoeken om bewaringsperikelen op te lossen. Kortom Nederland zit zeker niet stil.
De Nederlandse aardappelsecotr weet hoe belangrijk imago is. Echter het beseft eveneens dat de kwaliteit in de brede zin deswoords essentieel is. De (inter) nationale waardering komt dan vanzelf al kunnen we die een duwtje in de rug geven door via het NIVAC en NIVAP promotie te geven